Intermezzo

Intermezzo

Vijf jaar vloeiden letters,
vond ik een leven.
Driehonderd dertig jaar terug
stolde mijn tijd.

Ik koester de reis,
waarin vrienden gebeeldhouwd werden
en klare wijn schonken.
Hoe vierden wij de dagen van weleer.

Nu adelt de arbeid
stolt de inkt en vlieden de eeuwen.
Nog even en ik mag weer zweven,
terug naar de tijd,

die lonkt als de zee,
die wenkt als het helmgras op de duinen.
Het perkament roept
als een stokoude meeuw boven de golven.

Jaap Meijer, 28 februari 2014

(Schrijven aan de Rijn, 4 maart 2014)